Gewichtigdoenerij of praktisch nut: over bedrijfsethiek
Eén ding snap ik niet: waarom moet ik voortdurend onderscheid maken tussen goed en kwaad? Althans, zo voelt dat. Niemand verplicht me daartoe. Het is meer iets dat in mezelf zit. De buitenwereld maakt het meestal niks uit. Of toch wel?
Af en toe legt iemand iets uit en kijkt je vragend aan, zo van: hier heb ik toch echt moeite mee, is dit nog wel toelaatbaar, wat moet ik doen?
Bedrijfsethiek kan heel ingewikkeld zijn, het gaat vaak om dillema’s. En het zou net zo’n hot thema kunnen worden als de hype aangaande “corporate governance”. Of werd met die hype hetzelfde bedoeld als bedrijfsethiek? Ik denk juist dat “corporate governance” een afleidingsmanouvre is om het niet over de inhoud, de ethiek, het gedrag zelf te hoeven hebben. Corporate governance is eigenlijk een aantal regels, procedures en management systemen om eerlijk en transparant te opereren. En om anderen inzicht te geven hoe je met je eigen regels omgaat. Daar zit ‘em natuurlijk de kneep: “met je eigen regels”. Dat maakt het makkelijker, want in de praktijk blijft het natuurlijk voor individuen “het is mijn spel, dus het zijn mijn (ongeschreven) regels”.
Onder de hype “corporate governance” worden hele dure studiedagen, workshops, vele pagina’s met procedures en soms zelfs handboeken opgesteld. Gewichtigdoenerij en contraproductief. Jaarverslagen staan of stonden er een aantal jaren vol van, het herkenningsteken van een hype bij uitstek.
Als waarschuwing bij het betreden van de arena “internationaal zakendoen”, in mijn meer technische carriére, heb ik ooit een korte presentatie ontvangen van een zeer ontspannen bedrijfsjurist. Ontspannen, omdat hij een lastig, ongrijpbaar en soms zwaarwichtig thema heel ontspannen en zonder juridische haarkloverij uit de doeken deed, namelijk onze toenmalige bedrijfsethiek. Nota bene een Ier. Kun je je dat voorstellen, een Ierse jurist die ontspannen doet over abstracte en gevoelige thema’s? De eeuwenoude angst van de Ieren is de voornaamste bron van wat wij als Amerikaanse juridische cultuur beschouwen: elkaar voor de rechter slepen en buitensporige schadevergoedingen eisen.
De kern van de korte presentatie van de Ier gebruik ik af en toe nog, steeds aangepast aan de organisatie en met voorbeelden van de actuele situatie. De kern is heel simpel. Als bedrijf geef je twee, maximaal drie richtlijnen door aan je personeel, waarbinnen zij zaken mogen doen. De richtlijnen weerspiegelen iets van je visie en bedrijfsfilosofie en versterken zo elkaar. Dan een paar voorbeelden van wat duidelijk niet kan, in overdreven vorm, cartoons of karikaturen. Iedereen herkent deze: “Ja, dat is duidelijk fout….. ” .
En je eindigt met twee heldere statements:
- “als het niet goed voelt, dan is het meestal ook niet goed!”
- “in geval van twijfel: bel je baas.”
“Het voelt niet goed”, is dat cultuurgebonden? Of juist niet?
De Ier had het wel goed verpakt: één van zijn voorbeelden betrof de consequentie van onethisch omgaan met bepaalde informatie van een klant. Met de beroepsmatig verkregen informatie had een medewerker gespeculeerd op de beurs. Toen dat uitkwam daalde de beurskoers van zijn eigen bedrijf…. Vaak is het de bedrijfsschade die men met corporate governace probeert te voorkomen, niet het gedrag zelf dat daartoe leidt.
Als voorbeeld van één van de vele jaarverslagen waarin dit thema plotseling wordt behandeld: Enel jaarverslag en http://www.enel.it/azienda_en/chi_siamo/codice_etico_3/ .
menno arendz werkt voor Triple A en WWWT (www.triple-a.nl, www.worldwidewindturbines.com, www.poezie-in-bedrijf.nl ).
Af en toe legt iemand iets uit en kijkt je vragend aan, zo van: hier heb ik toch echt moeite mee, is dit nog wel toelaatbaar, wat moet ik doen?
Bedrijfsethiek kan heel ingewikkeld zijn, het gaat vaak om dillema’s. En het zou net zo’n hot thema kunnen worden als de hype aangaande “corporate governance”. Of werd met die hype hetzelfde bedoeld als bedrijfsethiek? Ik denk juist dat “corporate governance” een afleidingsmanouvre is om het niet over de inhoud, de ethiek, het gedrag zelf te hoeven hebben. Corporate governance is eigenlijk een aantal regels, procedures en management systemen om eerlijk en transparant te opereren. En om anderen inzicht te geven hoe je met je eigen regels omgaat. Daar zit ‘em natuurlijk de kneep: “met je eigen regels”. Dat maakt het makkelijker, want in de praktijk blijft het natuurlijk voor individuen “het is mijn spel, dus het zijn mijn (ongeschreven) regels”.
Onder de hype “corporate governance” worden hele dure studiedagen, workshops, vele pagina’s met procedures en soms zelfs handboeken opgesteld. Gewichtigdoenerij en contraproductief. Jaarverslagen staan of stonden er een aantal jaren vol van, het herkenningsteken van een hype bij uitstek.
Als waarschuwing bij het betreden van de arena “internationaal zakendoen”, in mijn meer technische carriére, heb ik ooit een korte presentatie ontvangen van een zeer ontspannen bedrijfsjurist. Ontspannen, omdat hij een lastig, ongrijpbaar en soms zwaarwichtig thema heel ontspannen en zonder juridische haarkloverij uit de doeken deed, namelijk onze toenmalige bedrijfsethiek. Nota bene een Ier. Kun je je dat voorstellen, een Ierse jurist die ontspannen doet over abstracte en gevoelige thema’s? De eeuwenoude angst van de Ieren is de voornaamste bron van wat wij als Amerikaanse juridische cultuur beschouwen: elkaar voor de rechter slepen en buitensporige schadevergoedingen eisen.
De kern van de korte presentatie van de Ier gebruik ik af en toe nog, steeds aangepast aan de organisatie en met voorbeelden van de actuele situatie. De kern is heel simpel. Als bedrijf geef je twee, maximaal drie richtlijnen door aan je personeel, waarbinnen zij zaken mogen doen. De richtlijnen weerspiegelen iets van je visie en bedrijfsfilosofie en versterken zo elkaar. Dan een paar voorbeelden van wat duidelijk niet kan, in overdreven vorm, cartoons of karikaturen. Iedereen herkent deze: “Ja, dat is duidelijk fout….. ” .
En je eindigt met twee heldere statements:
- “als het niet goed voelt, dan is het meestal ook niet goed!”
- “in geval van twijfel: bel je baas.”
“Het voelt niet goed”, is dat cultuurgebonden? Of juist niet?
De Ier had het wel goed verpakt: één van zijn voorbeelden betrof de consequentie van onethisch omgaan met bepaalde informatie van een klant. Met de beroepsmatig verkregen informatie had een medewerker gespeculeerd op de beurs. Toen dat uitkwam daalde de beurskoers van zijn eigen bedrijf…. Vaak is het de bedrijfsschade die men met corporate governace probeert te voorkomen, niet het gedrag zelf dat daartoe leidt.
Als voorbeeld van één van de vele jaarverslagen waarin dit thema plotseling wordt behandeld: Enel jaarverslag en http://www.enel.it/azienda_en/chi_siamo/codice_etico_3/ .
menno arendz werkt voor Triple A en WWWT (www.triple-a.nl, www.worldwidewindturbines.com, www.poezie-in-bedrijf.nl ).
Labels: bedrijfsethiek, corporate governance


0 Comments:
Post a Comment
<< Home