Friday, March 24, 2006

Een oor aan de grond (1)

op straat
legde ik vaak
een oor aan de grond

bewoog daar beneden
een vader of een zoon?

(uit: Wiel Kusters, Gedichten, 1978)


Het gedicht maakt onderdeel uit van een groter geheel. Hierin beschrijft Kusters onder andere hoe in het dagelijkse leven en overal in de directe (woon)omgeving, het kolenstof en steenstof doordringen, zowel letterlijk als figuurlijk.
Ik ervoer bij het lezen van dit gedicht twee dingen.

Ik was als aan mijn stoel vastgebonden toen ik het gedicht las. Ik beeldde me in hoe de (mijn)wereld onder ons er uit zag: aarde, steen, gangen en veel water. Veel water? Laat ik nu een haat-liefde verhouding met water hebben…… De strijd tegen water geldt in Nederland niet alleen “onder” de 1-meterlijn die spreekwoordelijk over Amersfoort loopt. Deze dagelijkse strijd speelt zich ook onder de grond af. Kolen winnen en gangen maken is ondergronds geen probleem, maar om het water weg te houden en overal voldoende verse lucht te krijgen, dat is vele malen moeilijker.

Daarnaast ervoer ik een hele sterke liefde van de dichter / het jongetje met z’n oor aan de grond, voor z’n vader. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik me écht gewaar werd dat ik van mijn vader hield.


http://boeken.vpro.nl/personen/22542989/ (voor een door Wiel Kusters gesproken uitzicht)
http://www.schrijversinfo.nl/kusterswiel.html (bibliografie)
http://decontrabas.typepad.com/publieksprijsbundel2005/2005/11/levend_bewijs_w.html (publieksprijs po-ezie)

0 Comments:

Post a Comment

<< Home